Testresultaten Universiteit Utrecht

Half oktober startte onderzoeksinstituut IMAU, onderdeel van de Universiteit Utrecht, een meetcampagne op de velden van de Botanische Tuinen, gelegen te midden van Utrecht Science Park. Dit, als onderdeel van onderzoeksprojecten van masterstudenten van de master ‘Climate Physics’. Normaal gesproken wordt de meetopstelling gebruikt voor onderzoek op bijvoorbeeld Groenland. AgroExact greep deze kans om de AtmoExact op te stellen naast de 8 meter hoge meetmast van het IMAU om een vergelijkende test te doen. Lees hier de resultaten.

Meetopstelling
In de test zijn de metingen van de temperatuursensor en de luchtvochtigheidssensor, opgesteld op ongeveer 0.5 m en 1.5 m hoogte boven de grond, vergeleken met de sensoren van de IMAU meetmast. Elk half uur werd er gemeten.

Resultaten temperatuurmetingen
In de test zijn de metingen van de temperatuursensor en de luchtvochtigheidssensor, opgesteld op ongeveer 0.5 m en 1.5 m hoogte boven de grond, vergeleken met de sensoren van de IMAU meetmast.

Figuur 1: vergelijking van temperatuurmetingen op halve meter hoogte.

Bij de temperatuurmetingen valt direct op dat de metingen enorm op elkaar lijken, zie figuur 1 hierboven. Nergens zijn er grote verschillen. Daarom is ingezoomd op de verschillen. Hieronder daarom een afbeelding voor de verschillen van de sensor opgesteld op 1.5 m hoogte (Figuur 2).

Figuur 2: temperatuur verschillen tussen de AtmoExact en de IMAU meetopstelling van de sensor op 1.5 m hoogte. Hoe dichter de meetpunten (blauwe punten) liggen bij de doorgetrokken zwarte lijn, hoe kleiner het verschil. De rode stippellijn geeft aan wat het verschil kan zijn volgens de specificaties van de sensor. De zwarte stippellijn is de eis die de Wereld Meteorologische Organisatie stelt aan de metingen voor officiële meetstations.

Te zien op figuur 2 is, dat de verschillen niet groter dan 0.8 graden zijn, heel vaak is het verschil zelf niet meer dan 0.2 graden. In 92% van de gevallen kan aangetoond worden dat de verschillen veroorzaakt worden door toeval. De sensoren hebben nu eenmaal een bepaalde nauwkeurigheid, binnen die nauwkeurigheid kan de sensor een andere waarde aangeven. Hoewel in de overige 8% de metingen alsnog vaak binnen de rode lijnen blijven, is het waarschijnlijk om aan te nemen dat er ook een ander effect moet worden meegenomen. Het meest opvallend zijn de verschillen waarbij de gemeten temperaturen van de AtmoExact hoger uitvallen dan de verschillen van de IMAU meetmast. Die traden vaak op op zonnige dagen. Dan kan de lucht in de witte sensorhut iets warmer worden dan de lucht van de omgeving. Dit is zeker het geval als er weinig wind staat, of als de sensoren beschut staan zoals in deze test. Het is daarom extra zaak de AtmoExact in een zo open mogelijke omgeving op te stellen.

Figuur 3: vergelijking van luchtvochtigheid metingen op halve meter hoogte.

Resultaten metingen luchtvochtigheid
Ook voor de metingen van de luchtvochtigheid valt direct op dat de luchtvochtigheid metingen enorm op elkaar lijken, zie figuur 3 hierboven. Hierbij moet opgemerkt worden dat dit geijkte metingen zijn. Om de sensoroutput namelijk te vertalen naar een luchtvochtigheidsmeting, moet gebruik worden gemaakt van een omrekeningsfactor. Op basis van de resultaten van deze 2 sensoren in vergelijking met de wetenschappelijke sensoren van het IMAU, is deze omrekeningsfactor bepaald. Sindsdien vervangt deze omrekeningsfactor de niet geijkte omrekeningsfactor.

Terug naar de vergelijking van de metingen op 0.5 m hoogte gemeten, zie figuur 4.

Figuur 4: Luchtvochtigheid verschillen tussen de AtmoExact en de IMAU meetopstelling van de sensor op 0.5 m hoogte na ijking van de sensor. Hoe dichter de meetpunten (blauwe punten) liggen bij de doorgetrokken zwarte lijn, hoe kleiner het verschil. De rode stippellijn geeft aan wat het verschil kan zijn volgens de specificaties van de sensor. De zwarte stippellijn is de eis die de Wereld Meteorologische Organisatie stelt aan de metingen voor officiële meetstations.

Gemiddeld gezien ligt de meting van de AtmoExact 1-2% hoger dan de meting van de IMAU meetopstelling. Dit valt echter binnen de eis waar officiële weerstations aan moeten voldoen. In 95% van de gevallen is het opgetreden verschil toe te schrijven aan toeval. De andere 5% van de gevallen zijn toe te schrijven aan regen: de ene sensor is iets beter afgeschermd dan de andere of reageert iets sneller of langzamer op een snel stijgende luchtvochtigheid. Een meting later, geven de sensoren weer ongeveer dezelfde waarden aan. Daarom is het zaak om zoals de KNMI voorschriften voorschrijven, elke 10 minuten te meten in plaats van elk half uur (zoals in deze test) zodat de kortstondige verschillen zo kort mogelijk geregistreerd blijven.

Conclusie
In de meeste gevallen zijn de metingen van de AtmoExact niet significant anders dan de metingen van de wetenschappelijke opstelling van het IMAU. Als er toch verschillen optreden die geen toeval kunnen zijn, dan zijn de verschillen vaak klein. Daarnaast is bekend waardoor de verschillen optreden. Door de meetopstelling zo vrij mogelijk uit te kiezen en elke 10 minuten te meten, kunnen de verschillen verder verkleind worden. Op die manier kunnen de metingen als enorm nauwkeurig geacht worden.

Contact

Adres
Helftheuvelweg 11
5222 AV ‘s-Hertogenbosch

E-mail
info@agroexact.nl

Whatsapp

06 42 25 20 78

Social media

Diensten
AtmoNetwork
Beregeningsadvies
Beschermadvies (binnenkort)
Applicatie

Productinformatie
AtmoExact
SoilExact